Op 27 juli 2026 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak waarin een cliënt van mr. Rasterhoff werd vervolgd voor verkrachting van een minderjarige. De rechtbank heeft een gevangenisstraf opgelegd van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De eis was 3 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk.
De man had bekend het slachtoffer te hebben gevingerd. Zo’n seksuele handeling levert volgens de wet verkrachting op als het slachtoffer op dat moment jonger dan 16 jaar is, zoals hier het geval was.
De rechtbank sprak de man, zoals verzocht door de verdediging, vrij van een strafverzwarende omstandigheid. Het Openbaar Ministerie vond namelijk dat het slachtoffer bijzonder kwetsbaar was vanwege een verstandelijk beperking. Daar ging de rechtbank niet in mee, omdat er onvoldoende bewijs was dat de man wist van die beperking.
De rechtbank achtte wel bewezen dat de man het slachtoffer had overrompeld en ging voorbij aan zijn verklaring dat sprake was van wederzijds goedvinden.
De verdediging heeft hoger beroep ingesteld in deze zaak. De uitspraak is dus nog niet definitief.
De uitspraak is te vinden op Rechtspraak.nl.

