In cassatie liggen er regelmatig kansen om met succes te klagen over een toegewezen vordering benadeelde partij. In dit artikel bespreken we wat de vordering benadeelde partij inhoudt en welke kansen in cassatie er zijn, aan de hand van recente uitspraken van de Hoge Raad waarin mr. Van Dongen optrad.
Hoge Raad 2 juni 2026: vernietiging uitspraak hof t.a.v. de vordering benadeelde partij
Op 2 juni 2026 heeft de Hoge Raad een uitspraak van het hof vernietigd t.a.v. de vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, nadat door mr. P. van Dongen een cassatieschriftuur was ingediend. De rechter had in die zaak geoordeeld dat de verdachte € 500,- schadevergoeding moest betalen aan het slachtoffer ter vergoeding van immateriële schade na een bedreiging. Van Dongen heeft bij de Hoge Raad geklaagd over de toewijzing van deze schadevergoeding. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de rechter die toewijzing niet toereikend heeft gemotiveerd, zodat de uitspraak op dat punt is vernietigd. De uitspraak is hier te vinden.
Het is belangrijk om in cassatie kritisch te kijken naar de beslissingen van het hof ten aanzien van schadevergoeding. Regelmatig is in cassatie namelijk met succes te klagen over de toewijzing van de vordering benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. In dit stuk wordt nader ingegaan op de vordering benadeelde partij en de kansen in cassatie.
Kansen in cassatie
Als u het niet eens bent met de uitspraak van het hof in uw strafzaak, kunt u tegen die uitspraak in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Bij de Hoge Raad kunnen cassatiemiddelen of cassatieklachten worden ingediend tegen allerlei onderdelen van de uitspraak van het hof. Vaak wordt gedacht aan de bewezenverklaring of de opgelegde straf, maar het is ook mogelijk om in cassatie (alleen) te klagen over de (gedeeltelijke) toewijzing van een vordering van een benadeelde partij.
De benadeelde partij in het algemeen
In veel strafzaken worden er door benadeelde partijen vorderingen ingediend. De wetgever en de Hoge Raad vinden het belangrijk dat slachtoffers door het indienen van zo’n vordering op een laagdrempelige wijze in de gelegenheid kunnen worden gesteld om schade als gevolg van een strafbaar feit vergoed te krijgen. De Hoge Raad heeft in 2019 een overzichtsarrest gewezen waarin aandacht wordt besteed aan de vordering benadeelde partij. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad benadrukt dat zij hopen te voorkomen dat strafrechters vaker dan nodig de vordering buiten behandeling laten (niet-ontvankelijk verklaren), omdat de behandeling van die vordering te ingewikkeld zou zijn.
Op de vordering benadeelde partij is het civiele recht van toepassing. Hierdoor is de behandeling van de vordering voor zowel een strafrechter als een strafrechtadvocaat vaak een ‘vak apart’. Er moet daarom secuur worden gekeken naar zo’n vordering in feitelijke aanleg (bij de rechtbank en het hof), maar ook zeker in de cassatieprocedure. Hieronder volgen enkele voorbeelden van zaken waarin door mr. Van Dongen met succes is geklaagd over een toegewezen vordering benadeelde partij.
Immateriële schade
Door slachtoffers wordt regelmatig verzocht om immateriële schade. Dit is schade voor bijvoorbeeld pijn of verdriet en is niet makkelijk in geld uit te drukken. Immateriële schade wordt ook wel ‘smartengeld’ genoemd. De wet geeft een limitatieve opsomming van de gevallen waarin recht bestaat op vergoeding van immateriële schade. Dit is geregeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Een van de gronden die recht geeft op immateriële schade is als sprake is van een “aantasting in de persoon op andere wijze” (artikel 6:106 sub b BW). Het komt regelmatig voor dat een rechter schadevergoeding toewijst op basis van deze categorie, terwijl niet is voldaan aan de vereisten die de wet en de jurisprudentie hieraan stelt. In cassatie liggen hier dus kansen. Een voorbeeld hiervan is de eerder genoemde uitspraak van 2 juni 2026.
Affectieschade en kring van gerechtigden
In sommige gevallen is het mogelijk om “affectieschade” vergoed te krijgen. Affectieschade is een vorm van immateriële schadevergoeding voor nabestaanden of naasten van slachtoffers. De personen die recht hebben op vergoeding van deze schade zijn in de wet vastgelegd. Op 11 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de strafzaak die gaat over doodslag op een motoragent uit Rotterdam door een vrachtwagenchauffeur. In deze zaak heeft mr. Van Dongen in cassatie geklaagd over de toewijzing van affectieschade aan een benadeelde partij ter hoogte van € 17.500,-, omdat niet voldaan was aan de vereisten die de wet stelt om daarvoor in aanmerking te komen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof inderdaad niet toereikend had gemotiveerd dat de benadeelde partij tot de kring van gerechtigden behoorde. De uitspraak van het hof is op dit punt vernietigd en de zaak is teruggewezen naar het hof.
Materiële schade wegens gederfd levensonderhoud
Een andere categorie schadevergoeding is schade wegens gederfd levensonderhoud. Dit is vorm van overlijdensschade die de nabestaande lijdt doordat de overleden persoon niet meer kan bijdragen aan het levensonderhoud. De schadebedragen voor deze categorie kunnen fors zijn. In de “Mallorcazaak” heeft mr. Van Dongen twee verdachten in cassatie bijgestaan. In beide zaken is geklaagd over verschillende vorderingen van benadeelde partijen. Een van de cassatiemiddelen zag op de toewijzing van materiële schade wegens gederfd levensonderhoud ter hoogte van € 198.057,-.
De Hoge Raad heeft in deze uitspraken benadrukt dat de strafrechter zich ervan moet vergewissen dat zowel de benadeelde partij als de verdachte voldoende in de gelegenheid zijn geweest om zich uit te laten over de ingediende vorderingen, met name als het gaat om substantiële vorderingen van complexe aard en waarvan de omvang zich niet eenvoudig laat vaststellen. In deze zaken had het hof niet beoordeeld of de verdediging in voldoende mate in de gelegenheid is geweest om stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de (betwisting van de) toewijsbaarheid van die vordering genoegzaam naar voren te brengen, en of zich omstandigheden voordeden die meebrachten dat het hof, door eigen onderzoek te doen, compensatie moest bieden voor eventuele tekortkomingen daarin. De Hoge Raad heeft de uitspraken van het hof daarom vernietigd op (onder meer) dat punt.
Conclusie
De voorgaande voorbeelden laten zien dat de vordering benadeelde partij in allerlei strafzaken een rol kan spelen, van relatief eenvoudige zaken tot ingewikkelde en lange strafprocedures. In alle strafzaken is het noodzakelijk om kritisch te kijken naar de beslissingen die de rechter heeft genomen ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij. Bij DLR Advocaten werken gespecialiseerde cassatieadvocaten die weten waar kansen en mogelijkheden liggen om in cassatie met succes te klagen over toegewezen vorderingen benadeelde partij. Bent u het niet eens met een uitspraak van het hof vanwege (onder andere) de schadevergoeding, neem dan contact met ons op.


