Afwijzing GVM

Op 30 juli 2026 heeft de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaald dat een zogeheten GVM (gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel) niet ten uitvoer zal worden gelegd. De veroordeelde werd in deze zaak bijgestaan door mr. Rasterhoff.

De man was in 2020 door de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor onder meer verkrachting, diefstal met geweld en poging tot doodslag. Hij had daarvoor een gevangenisstraf van 7 jaar opgelegd gekregen. Ook was bepaald dat na zijn detentie een GVM zou volgen om zijn gedrag te kunnen monitoren en bijsturen. Tijdens het uitzitten van de gevangenisstraf was zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI) herroepen. Er had geen behandeling plaatsgevonden tijdens de detentie. Begin 2026 kwam hij vrij, na de volledige 7 jaar te hebben uitgezeten.

Het Openbaar Ministerie had in het kader van de GVM de rechter gevraagd een pakket aan voorwaarden op te leggen. De rechtbank ging daar deels in mee, waarna hoger beroep werd ingesteld.

Het hof was het eens met mr. Rasterhoff dat de GVM helemaal moest worden afgewezen. Het hof overwoog:

  • “het is niet uitgesloten dat is voldaan aan het vereiste van artikel 6:6:23b, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafvordering, maar bij de stukken bevindt zich geen verslag van een persoonlijkheidsonderzoek of van een actuele risicotaxatie;
  • de reclassering acht de GVM onuitvoerbaar; voorwaarden inzake middelengebruik en -controle en een meldplicht bij de reclassering bieden volgens de reclassering weinig perspectief op gedragsverandering; dat geldt volgens het hof temeer voor een enkele meldplicht en een alcoholverbod, zoals door de advocaat-generaal voorgesteld, zodat het hof daarvan geen of hooguit minimale toegevoegde waarde ziet in het kader van de beperking van het recidiverisico;
  • de betrokkene is niet bereid tot het naleven van enige voorwaarde en is daarin consistent;
  • de betrokkene heeft het volledige strafrestant van de v.i. uitgezeten; gelet daarop is niet te verwachten dat een vervangende hechtenis van ten hoogste zes maanden in die bereidheid enige verandering zal brengen.”

Met deze beslissing is de GVM definitief van tafel.

De uitspraak is kan worden nagelezen op Rechtspraak.nl

Scroll naar boven